REVIEW - Carl Zeiss Sonnar 135mm F3.5

Door HackingDutchman op maandag 23 augustus 2021 14:24 - Reacties (0)
Categorie: Lensreviews, Views: 639

Carl Zeiss Jena MC electric Sonnar 135mm F3.5

Geeft de browser de foto's in de review niet goed weer? Selecteer dan de lezerweergave in uw browser.



Een veel voorkomende lens, de 135mm F3.5 Sonnar. Een standaard 135mm objectief met een niet zo’n heel sterk maximaal diafragma van F3.5.
De oplage van de 135mm F3.5 is rond de 333.000 exemplaren. De lens is geproduceerd in de M42 en Prakticar B mount, van eind jaren zestig tot en met 1988. Een zeer succesvolle lens, aan de gigantische oplage én de lange productietijd te zien. Eens kijken of de lens nu ook nog redelijk weet te presteren.

De lens kent concurrentie van exemplaren die wat lichtsterker zijn, zoals de Tair 11 en Meyer Optik Görlitz Orestor, beide 135mm F2.8, nou ja, de Tair schijnt 133mm te zijn, zal vast wel weer zo’n Russisch productiefoutje zijn... Naast deze twee wat bekendere 135/2.8 objectieven zijn er ook zat andere 135/2.8 lenzen van talloze merken.

In deze review behandelen we de electric MC Sonnar 135mm F3.5 versie. Een van de meest recente exemplaren, met de elektrische pinnetjes aan de achterzijde én multicoating.



BOUWKWALITEIT
De lens is licht doch solide gebouwd. Vergeleken met zijn directe concurrenten, die ik zet op de Tair 11 en de Orestor 135mm F2.8, is de lens een stuk kleiner en lichter. Ook is de minimale scherpstelafstand maar liefst een halve meter minder bij deze Sonnar, 1m in plaats van 1,5m.



De lens heeft een ingebouwde zonnekap. Een handige bijkomstigheid.

De lens is mooi zwart afgewerkt en alles loopt soepel. Het diafragma is nog wel een klein struikelpuntje bij de lens. Deze functioneert niet altijd naar behoren. Net als bij de Pancolar’s en de Flektogon’s is het nogal priegelig en kan zeer snel vastlopen. Let bij het aanschaffen ook specifiek of het diafragma wel helemaal open gaat, en niet dat de diafragmabladen nog net zichtbaar zijn.



Mits alles goed functioneert heb je een mooi compact en net afgewerkt lensje. Een goede bouwkwaliteit dus.

OPTISCHE KWALITEIT
De scherpte is excellent te noemen. In het midden ragscherp, aan de buitenzijde neemt de scherpte maar minimaal af. Een zeer indrukwekkend resultaat, of niet, want het diafragma is slechts F3.5 wijd open, dus mag het ook wel meteen scherp zijn.

De lens lijkt erg snel contrast te verliezen, ondanks de multi coating. Dit maakt het beeld vaak wat arm in contrast, maar zorgt wel voor een vintage effect. Als we het diafragma dichtknijpen, neemt het contrast toe en zijn er geen problemen meer met contrast-arme delen.
Dit is ook terug te zien bij de kleuren in het algemeen, die zijn wat aan de doffe kant, niet erg verzadigd. De kleurtint in het algemeen neigt, karaktereigenschap van Zeiss glas, naar de koude kant.









Weinig vignetting te zien op F3.5. De vignetting die aanwezig was verdwijnt snel bij een kleinere diafragmawaarde.







Waar de coating wel goed voor werkt, lijkt de chromatische aberratie te zijn. Deze is minimaal.




De bokehballen zijn zeer fraai. Tevens de algehele achtergrondonscherpte. Alles is én verloopt mooi zacht. Er zit zoals bij de Flektogon’s geen groene rand omheen. Deze bokehballen zijn wat neutraler en zachter in het algemeen. Ze trekken minder de aandacht naar zich toe.








Ik vond het moeilijk om op F3.5 uit de losse hand scherpe plaatjes te schieten. De ISO moet al snel vrij hoog en je moet echt goed stil staan. Ik denk niet dat er veel goeds uit was gekomen als er geen vijf-assige sensorstabilisatie in mijn body had gezeten.
In het verleden had ik minder moeite met 135/2.8 objectieven, die stap van F3.5 naar F2.8 scheelt in de praktijk aanzienlijk.



VERGELIJKING MET TAIR 11 & MEYER ORESTOR 135MM F2.8
Qua scherpte wint de Sonnar het met vlag en wimpel. Maar, hier zien we wel meteen wat die F2.8 ten opzichte van F3.5 inhoud. Duidelijk is dat de achtergrondonscherpte veel minder druk is, en zachter, bij beide F2.8 objectieven.
Doordat je op F3.5 méér scherptediepte hebt, krijg je meer te zien van de objecten in de achtergrond, daardoor is er meer ‘’textuur’’ aanwezig in de achtergrond, waardoor de achtergrond drukker wordt. Dit is doorgaans niet wat je wilt, als je je onderwerp wat wilt isoleren van de rest van je beeld.





Opvallend is het feit dat alle drie de lenzen nagenoeg geen verschil in kleurrendering vertonen. Normaal, als je testshots maakt met verschillende lenzen van hetzelfde frame, zie je vaak duidelijke verschillen.





De conclusie die hieraan verbonden kan worden is redelijk simpel. Hier verliest de Sonnar het eigenlijk op nagenoeg alle fronten, behalve zijn gewicht en compactheid. Beide de Orestor en Tair hebben perfect ronde diafragmabladen en zijn ook op F3.5 nog perfect rond. Tevens zijn ze dan ook scherper en komen ze dicht in de buurt bij de scherpte van de Sonnar op F3.5. Voor de rest heb je bij de F2.8 exemplaren meer speelruimte met licht én scherptedieptes. Voor mij dus een no-brainer om de Sonnar niet te kiezen.





In de laatste foto’s zie wat verschillen in contrastverlies. Let niet teveel op deze plaatjes, want het kan zijn dat de zon net iets anders door wat bladeren viel, kijk meer dan de andere karakteristieken van het beeld. Wel kan ik zeggen dat het contrastverlies van de lichtbron af, bij de Sonnar wel goed weergeeft wat ik in de praktijk telkens ook ervaarde, ook mét de zonnekap. Alleen wanneer ik mijn hand erboven hield ging dit soms weg. Bij de Tair en Orestor heb ik hier minder last van gehad. Deze fungeerden met een zonnekapje of hand erboven wat beter.



CONCLUSIE
Over het algemeen presteert de lens zeer goed. De prestaties in combinatie met het kleine formaat en lichte gewicht maakt de lens goed geschikt om even snel mee te nemen. Alleen het contrast-arme beeld bij wijd open diafragma in sommige gevallen, bij felle zon, valt enigszins tegen.

Jammer is het maximale diafragma van F3.5. Je bent hierdoor sneller gelimiteerd aan hogere ISO waarden, of een goed belichte scene, om bewegingsonscherpte tegen te gaan.
Mede door het maximale diafragma heeft de Sonnar het in mijn ogen niet gewonnen van zijn twee directe concurrenten. Deze bieden toch meer ademruimte, door het grotere maximale diafragma.

De prijs van de lens is in de laatste jaren redelijk gestegen. De prijs voor de ‘’beste’’ multi coated conventionele zwarte versie ligt op het moment van schrijven tussen de 120-200 euro.


*Reviews van de Tair 11-2 133mm F2.8 en Meyer Optik Görlitz Orestor 135mm F2.8 volgen spoedig.


Andere reviews:
Tweakers Weblog, meer lensreviews, ook van vintage exemplaren.
https://hackingdutchman.tweakblogs.net/

Sirui 50mm f/1.8 Anamorphic 1.33X
https://tweakers.net/prod...ns-134x-sony-e-mount.html

Sirui 75mm f/1.8 Anamorphic 1.33X
https://tweakers.net/prod...anamorphic-lens-133x.html

Zeiss Planar 50mm f/1.4
https://tweakers.net/prod...nar-t-fe-50mm-f14-za.html

Sigma Art 35mm f/1.2
https://tweakers.net/prod...-12-dg-dn-art-sony-e.html

Zeiss Distagon 35mm f/1.4
https://tweakers.net/prod...eiss-fe-35mm-f-14-za.html

Helios 44-2 58mm f/2
https://tweakers.net/productreview/174601/helios-44-2.html


*Gebruikt in combinatie met een Sony A7RII.


REVIEW - Panagor PMC 24mm F2.5

Door HackingDutchman op zondag 15 augustus 2021 15:43 - Reacties (4)
Categorie: Lensreviews, Views: 969

Panagor PMC Auto Wide-Angle 24mm F2.5

Geeft de browser de foto's in de review niet goed weer? Selecteer dan de lezerweergave in uw browser.


Een vintage groothoeklens is moeilijk te vinden. Als ze al te vinden zijn, zijn ze vaak erg prijzig, soms enkele honderden euro’s. Een veel geziene brandpuntsafstand voor oude groothoeklenzen is 28mm, deze zijn overal te vinden voor spotgoedkope prijzen, maar ga je wijder dan 28mm dan wordt het een moeilijke zoektocht, en een stuk duurder.

Hier zijn we beland bij de middenweg tussen 28mm en 20mm, de 24mm. Deze 24mm is een lens die af en toe nog wel eens voorbij komt voor onder de 100 euro. Gemaakt in verscheidene mounts, zoals de Canon FD, Olympus OM, Konica AR, Nikon Ai, M42, Minolta SR en Pentax K. Zelf heb ik ze alleen nog maar voorbij zien komen in Pentax K en Canon FD mount.
Qua prijs dus een een goede optie voor een vintage groothoeklens, maar hoe zijn de prestaties?

BOUWKWALITEIT
Simpel en conventioneel gebouwd. Nauwelijks tot geen speling aanwezig in de focusring, diafragmaring én mount. Netjes afgewerkt met een redelijk tijdloos en weinig onderscheidend design.



Mijn exemplaar bevatte een hele lichte haze, alleen zichtbaar onder heel fel licht onder een bepaalde hoek. Er lijkt trouwens vaak wat haze te zitten in groothoeklenzen, maar als je de lens dan uit elkaar haalt, is er niets te zien. Zal vast iets te maken hebben met hoe het licht wordt gebroken door een groothoeklens.
Gelukkig zijn de lenselementen er makkelijk uit te halen. Een heel licht stroef plekje in de focus, als je er supersnel aan ging draaien. De bovenzijde is er ook makkelijk af te halen. Na wat zandkorreltjes verwijderd te hebben en het zichtbare gedeelte van de helicoid een beetje vet gevoerd te hebben, loopt het lensje weer als nieuw.



De lens is lekker klein en licht. De focus throw beslaat slechts één derde van de omtrek van de lens, je bent dus snel klaar met draaien. Zelf had ik wel een iets grotere focus throw willen hebben, om als het écht moet iets fijner scherp te kunnen stellen. Echter, ik heb er tijdens het fotograferen geen last van gehad.

Voor de bouwkwaliteit een dikke voldoende. Het is altijd een pré wanneer je makkelijk bij het glas kan komen, want bij oude groothoeklenzen is er vaak wat schoonmaakwerk benodigd.

OPTISCHE KWALITEIT
Wijd open is de lens scherp in het midden, aan de randen totaal niet. Het scherpe midden gedeelte is vrij klein, ik gok een 10-20 procent van het gehele beeld. Dit zorgt er tegelijkertijd voor dat een centraal onderwerp prachtig geïsoleerd wordt. Mocht je een landschap willen fotograferen, knijp hem dan dicht tot F5.6 of F8, want dan zijn ineens ook de randen goed scherp.












Vignetting is zeker aanwezig bij wijd open diafragma. Bij kleiner diafragma vervalt dit nagenoeg volledig. Vervorming valt relatief mee, al helemaal voor zo’n oud exemplaar. Er is een lichte bolling te zien in het midden en een klein golfpatroontje, zoals bij nagenoeg alle groothoeklenzen. Het is echter wel duidelijk aanwezig, mocht je perfecte plaatjes willen dan zul je het moeten rechttrekken tijdens de nabewerking.




De bokeh is lichtelijk apart te noemen, met alleen in het centrale deel een volledige cirkel en daarbuiten half afgekapte cirkels. De bokehballen zijn mooi zacht binnenin zonder uienringen, wel lijkt er een licht randje omheen te zitten. Gelukkig is het randje niet gekleurd, zoals we eerder van de Flektogon’s zagen. Dit maakt het resultaat iets neutraler en trekt iets minder de aandacht naar zich toe, maar het blijft mooi karaktervol.
De achtergrondonscherpte is vaak wel iets aan de drukke kant. Het loont dus om iets meer afstand tussen de achtergrond en het onderwerp te hebben, mocht je voor een zachte en onscherpte achtergrond gaan.











De kleurrendering ziet er redelijk neutraal uit. Niet te koud, niet te warm en niet te verzadigd.
Volgens mij is dit de eerste lens die nauwelijks tot geen last heeft van chromatische aberratie. Ik heb het niet kunnen ontdekken. Hier zijn we dus snel klaar. Hulde.







De coating werkt erg goed bij inkomend zonlicht, het contrast neemt nauwelijks af. Dit zorgt ervoor dat de lens ook bij fel licht prachtig contrast en kleuren behoudt. Lensflares zijn er alleen bij fel inkomend zonlicht, als je de zon in je beeld hebt. Ook bij deze lens zijn de lensflares best wel fraai, zoals je hieronder kan zien.





CONCLUSIE
Al met al ben ik zeer tevreden over de prestaties van het lensje. Samen met het feit dat het lekker compact is en geen contrast verliest bij inkomend zonlicht, is het zelfs goed te noemen.

Mocht je landschappen willen gaan schieten met de lens, dan loont het wel om eerst even van tevoren een paar testfoto’s te schieten van iets met vierkantjes of lijnen, zodat je voor de lens een lenscorrectieprofiel aan kan maken in bijvoorbeeld Lightroom, om dingen zoals een horizon recht te trekken. Doe je dit, dan heb je een volwaardige groothoeklens die voor landschappen vanaf F5.6 zeer goed presteert.

Wijd open moet je er wel rekening mee houden dat alleen het middelste deel van het beeld scherp is, maar tegelijkertijd zorgt de vignetting en randonscherpte ook voor een centraler onderwerp.

Met de prijs in het achterhoofd, onder de 100 euro, kan je eigenlijk geen buil vallen aan deze lens en is het zeker een exemplaar om naar uit te kijken, mocht je wat wijders dan 35mm willen gaan proberen.


Andere reviews:
Tweakers Weblog, meer lensreviews, ook van vintage exemplaren.
https://hackingdutchman.tweakblogs.net/

Sirui 50mm f/1.8 Anamorphic 1.33X
https://tweakers.net/prod...ns-134x-sony-e-mount.html

Sirui 75mm f/1.8 Anamorphic 1.33X
https://tweakers.net/prod...anamorphic-lens-133x.html

Zeiss Planar 50mm f/1.4
https://tweakers.net/prod...nar-t-fe-50mm-f14-za.html

Sigma Art 35mm f/1.2
https://tweakers.net/prod...-12-dg-dn-art-sony-e.html

Zeiss Distagon 35mm f/1.4
https://tweakers.net/prod...eiss-fe-35mm-f-14-za.html

Helios 44-2 58mm f/2
https://tweakers.net/productreview/174601/helios-44-2.html


*Gebruikt in combinatie met een Sony A7RII.

Bestaansrecht Micro Four Thirds

Door HackingDutchman op maandag 9 augustus 2021 13:41 - Reacties (5)
Categorie: Fotografie, Views: 1.608

Bestaansrecht Micro Four Thirds

Micro Four Thirds, de naam van de mount, ook wel MFT of M4/3 genoemd. Samen met de gelijknamige sensor, een met een cropfactor van maar liefst 2x, hebben we het over het Micro Four Thirds systeem.

Op papier heeft het systeem weinig voordelen. De sensor is klein, misschien wel té klein. Een kleine sensor met alsnog vele megapixels, zo rond de 20-24, betekent kleine pixels. Kleine pixels betekent weinig lichtinval per pixel. Zo heb je minder speling qua sluitertijd, ISO en diafragma, want je moet veel meer licht weten te vangen dan een sensor van 1,6x crop of full frame. Dit betekent dat het dynamisch bereik een stuk kleiner wordt.

Panasonic gaf heel het formaat een boost door vol in de zetten op video. Er was een tijd dat nagenoeg elke beginnende tot medium videograaf wel een Panasonic body ergens had liggen. Tegenwoordig is 4K video mainstream geworden en kunnen meerdere bodies ook ongecomprimeerde video uitspugen, al dan niet met behulp van een externe recorder.

Voordelen
Er zijn enkele voordelen te noemen voor het systeem. Zo biedt de cropfactor van 2x een mogelijkheid tot ultra tele brandpuntsafstanden. Een standaard 200mm objectief wordt namelijk maar liefst uitgerekt tot 400mm, 300mm tot 600mm, en … u ziet het al, doe alles maar gewoon maal twee.
Voor wildlife kan je dus met een relatief goedkope lens letterlijk héél ver komen. Geen 10.000 euro uitgeven aan een knoepert van een lens, die ook nog niet eens te tillen valt. Je kan de normale brandpuntsafstand gewoon delen door twee, de prijs vaak zelfs nog meer.

Klein en compact. Omdat er maar een klein sensortje belicht moet worden hoeft het glas ook niet zo groot te zijn. Er kunnen hierdoor zeer compacte lenzen gebruikt worden op de camera, dat maakt de uiteindelijke combinatie van body en camera ook zeer compact.
Die compactheid maakt zo’n systeempje uitermate geschikt voor straatfotografie en reizen. Je hoeft niet veel gewicht mee te zeulen en hebt toch nog iets beters in je handen dan zo’n compact cameraatje.

De prijs van lenzen ligt beduidend lager dan voor full frame exemplaren. Dat komt uiteraard omdat er minder glas nodig is. De prijzen van de bodies ligt ook wel iets lager, maar op de tweedehandsmarkt tik je ook een APS-C exemplaar op de kop voor zeer weinig, die hebben dan ook meer megapixels en een betere lichtsterkte.

Sensor stabilisatie is vaak beter op MFT camera's. De sensor heeft ten opzichte van de mount meer bewegingsruimte. Hierdoor kunnen er grotere afstanden afgelegd worden. Ook is de sensor kleiner en dus lichter, in theorie kan de sensor dus sneller heen en weer bewegen.

Meer voordelen zie ik er eigenlijk niet in.
Nadelen
Het is al benoemd, de kleine sensor met de slechte lichtgevoeligheid. De meeste hebben het wel gemerkt toen ze bijvoorbeeld van APS-C naar full frame overstapten, of misschien zelfs van MFT naar APS-C. Omdat de pixels zo ontzettend klein zijn is er minder dynamisch bereik aanwezig. De ISO opkrikken zal al snel ruis geven, in vergelijking met APS-C en full frame sensoren.
Je lijkt dus veelal gebonden te zitten aan goed belichte omstandigheden, om het opkrikken van de ISO en bewegingsonscherpte door te lange sluitertijden te voorkomen.

Voor alleen de beeldstabilisatie hoef je het MFT systeem niet meer te kiezen. Deze is tegenwoordig namelijk te vinden op vele systeemcamera's, werkt goed, en wordt nog steeds bij elke iteratie beter. Dit geldt natuurlijk ook voor de MFT camera's.

Een hele wijde groothoeklens is moeilijk te krijgen. Een 10mm wordt namelijk al een 20mm, enzovoorts.

Tegenwoordig zijn er vele compacte APS-C systeemcamera’s. Sommige formaten zijn zelfs compacter dan die van het Micro Four Thirds systeem. Over het algemeen is de Sony 6000 serie compacter dan de gemiddelde MFT camera, een stuk compacter zelfs.
De grootte van de Sony full frame A7 serie valt ook reuze mee, deze zijn maar een fractie groter dan die van de gemiddelde MFT body.
Leuk voorbeeld, neem de Sony A7C, een super compacte camera met een full frame sensor erin. De prijs daarvan is alleen wel weer gigantisch….
Er wordt echter wel gezeurd over de ergonomie. Er is nog een groot scala aan mensen die een wat grotere camera prefereert, want dat ligt doorgaans wat beter in de hand. Wel hoor ik steeds meer mensen die dat compacte wel fijn vinden. Die trend lijkt dus langzaamaan te verschuiven.
Relativeren
MFT concurreert op papier maar moeilijk met APS-C. APS-C biedt meer voordelen en er zijn veel meer objectieven voor beschikbaar. APS-C is relatief betaalbaar, voor fotografie én videografie, bodies én lenzen, al dan niet tweedehands.
APS-C wint op papier in elk geval van MFT én full frame, alle aspecten vergeleken. Prijzen nieuw en tweedehands, lensaanbod nieuw en tweedehands en de kwaliteit lenzen.
Full frame blijft de duurste en zwaarste optie van de drie, maar biedt wel de meeste speelruimte bij het schrijven met licht.

Misschien ligt het wel aan de kracht en naamsbekendheid van Olympus van vroeger uit, dat MFT nog steeds aanwezig is.

In Azië geloven ze nog heilig in MFT. In Japan heeft het systeem een marktaandeel van maar liefst 21,7%. Echter, aan de modellen zie je duidelijk dat het de onderste kan van de markt betreft.
Dit geeft misschien wel het antwoord op de vraag, het bestaansrecht is vooral te zoeken bij de beginnende fotograaf. Door de lage prijs van de instapmodellen en alle lenzen biedt dit systeem wel een perfecte kijk in de fotografie. Er zijn altijd nog genoeg mensen die hun heil niet durven te zoeken in tweedehands exemplaren, en dan zit je voor weinig geld al snel gebonden aan een MFT systeem.

Zo slecht is een MFT systeem natuurlijk ook weer niet. Je hebt alleen een stuk minder vrijheid bij het spelen met licht in het algemeen, maar dat is wel waar fotografie(‘’schrijven met licht’’) in het algemeen om draait. Of de voordelen opwegen tegen de nadelen, kan je uiteraard alleen zelf afwegen. Een goede fotograaf kan met alle drie de systemen mooie plaatjes schieten, dus pin jezelf niet vast aan één van de drie.


Wat is jouw mening over het Micro Four Thirds systeem? Hoe zie jij de toekomst van het sensorformaat?

*Update - Paar fouten eruit gehaald en wat informatie toegevoegd van frankmulder's reactie.

Voordelen van vintage lenzen

Door HackingDutchman op donderdag 5 augustus 2021 12:32 - Reacties (1)
Categorie: Fotografie, Views: 1.766

Naast de nadelen van het gebruiken van vintage lenzen, kent het gebruik van vintage lenzen ook vele voordelen.


Laten we weer beginnen met de meest voor de hand liggende optie, de prijs. De prijs van vintage lenzen is vaak vele, vele malen goedkoper dan moderne exemplaren. Neem een standaard 50mm objectief. Van merken zoals Yashica, Revuenon, Ricoh, Pentacon, Pentax, Minolta enzovoorts, kosten de 50mm objectieven vaak nog geen 30-40 euro. Dit is ideaal om verscheidene brandpuntsafstanden uit te proberen voordat je investeert in nieuw glas.



Vintage lenzen staan naast hun goedkopere prijs vooral bekend om de lenseffecten die ze hebben. Deze lenseffecten ontstaan vaak door lensfouten of oude designs. Denk aan de swirl van de Helios 44 serie of van de Zeiss Biotar 58mm, de zeepbel achtige bokeh van alle triplet design lenzen zoals de Domiplan, Tessar of Trioplan of de zachte rendering bij wijd open diafragma in combinatie met onscherpe randen en hevige vignetting van vele vintage lenzen. Elke karaktereigenschap kan, wanneer goed gebruikt, iets toevoegen aan een foto wat maar niet tot nauwelijks te bereiken is tijdens de nabewerking. Moderne lenzen hebben eigenlijk geen karakter meer. De bokeh, achtergrondonscherpte, kleuren, vervormingen zijn nagenoeg allemaal perfect, of met een intern/extern lensprofiel tot perfectie te corrigeren.



Gevoel. Het gevoel van een metalen lens, waarbij je de focusring drie keer helemaal rond moet draaien, voordat je het hele focusgebied hebt gehad. Gevoel speelt altijd een rol bij dingen zoals fotografie en kunst. Vele lenzen zijn lichtgewicht en plastic-fantastic tegenwoordig. Vooral de kitlensjes en de nifty-fifty exemplaren. Als je dan zo’n metalen vintage lensje in je handen hebt, lijkt het ineens alsof je iets beters, iets krachtigers in handen hebt. Tevens kan dit je algemene artistieke gevoel een boost geven, een mentale opkikker. Je hebt iets in handen wat oud is, iets wat iemand ooit heeft gebruikt om momenten en objecten mee vast te leggen. Iets wat eigenlijk al is ingehaald door de moderne tijd, wat je zélf moet bewegen om tot je focus te komen en waarbij je zélf het diafragma in moet stellen.



Het kan je leren om fotografie, het spelen met licht en scherptediepte, beter leren te begrijpen. Je moet namelijk zelf focussen en het diafragma instellen. De camera kan alsnog via het inkomende licht de sluitertijd en ISO waarde voor je bepalen, maar de rest moet je écht zelf doen. Dit brengt je meer terug naar de basis. Het kan je tot nadenken zetten en meer laten nadenken over het gehele proces, het proces van het composeren, instellen en vastleggen. Het kan je nieuwe inzichten geven en zorgen voor meer creativiteit. Probeer het maar eens, een maand lang alleen maar in manueel schieten. Alles handmatig instellen, ISO, focus, sluitertijd en diafragma, aan de hand van wat je door de zoeker ziet en de ingebouwde lichtmeter in elke moderne camera.



Vintage lenzen kunnen prachtige flares creëren. Tegenwoordig zijn nagenoeg alle lenzen gecoat. De coatings heden ten dage zijn zo goed, dat er weinig flares zichtbaar zijn. En mochten er al flares zichtbaar zijn, dan zijn ze vaak gigantisch lelijk. Vintage exemplaren produceren vaker meer flares. Niet alleen meer flares, maar ook flares met meer karakter, flares die iets kunnen toevoegen aan je foto. Ze verkopen tegenwoordig zelfs flare sets in de cinema wereld. Zo kun je vele soorten flares creëren door middel van verscheidene filters.

Wat vind jij de grootste voordelen van vintage lenzen?


De mega micro ondergang - Kunststof

Door HackingDutchman op maandag 2 augustus 2021 12:39 - Reacties (8)
Categorie: Algemeen blogpost / column / gezeur, Views: 2.763

De mega micro ondergang - Kunststof

Het woord ‘’plastic’’ is een kreet overgenomen uit het Engels, dit is geen accurate term in de Nederlandsche taal. Kunststoffen is de juiste benaming. Er zijn drie soorten kunststoffen: thermoplasten, thermoharders en elastomeren.

Deze keer een post over de ondergang van de wereld door kunststof. Het is best wel een serieuze zaak, dus nu geen leuke afbeeldingen tussendoor.
Kleren en shampoo
Kunststoffen zijn er overal, overal. Van boterhammenzakjes tot de haren van bezems, van vacuüm verpakt voedsel tot gronddoek, van kleding tot voetbalvelden.
Het is algemeen bekend dat kunststoffen niet afbreken, maar afbreken in kleinere deeltjes, tegenwoordig gedoopt tot microplastics. Deze microplastics ontstaan dus als kunststoffen in het milieu terecht komen en verweren. Dit zijn niet alleen plastic flesjes die weggegooid worden in de natuur, of plastic zakken in de oceaan. Nee, niet alleen van die simpele dingen die je met een klein gemak in de afvalbak kan deponeren. Sommige dingen zijn, schrik niet, gemaakt van plastic om te slijten! Dit is in feite het domste wat je kan doen, denkend aan het milieu. De haren van de bezem slijten telkens als je ermee bezig bent. Zo hoeft het plastic niet eens te worden afgebroken, je slijt het al in zeer kleine stukjes tijdens het gebruik, meteen rijp om te worden opgenomen in ons leefmilieu. Om nog maar te zwijgen over autobanden...

Zo ook kleding gemaakt van kunststoffen, ‘’synthetische’’ kleding. Denk aan stoffen zoals, polyester, polyamide, elastaan, polyethyleentereftalaat (fleece), polyurethaan (lycra), acryl enzovoorts. Als je deze stoffen draagt slijt dit en komen ook minieme deeltjes hiervan in het milieu terecht. Tevens als je de kleding wast.
Vroegáh hadden ze nog goede filtertjes in de wasmachientjes zitten, die een groot deel van deze kunststoffen eruit filterde. Deze filters werkte zo goed, lees ‘’er komt zoveel kusntstof vrij tijdens het wasproces’’, dat de filters telkens verstopt raakten en moesten worden gereinigd of vervangen. Dat kostte allemaal teveel geld en moeite, dus werden de filters minder fijn of volledig weggehaald.
Al deze kleine stukjes kunststof van de kleertjes worden al decennia lekker weggespoeld het riool in. Waar ze uiteindelijk bij de waterzuivering aankomen die die microplastics er toch niet allemaal uit kan filteren.

Kunststoffen worden, als het goed is ‘’werden’’, ook gebruikt in beauty-producten, zoals bijvoorbeeld shampoo en scrubs. Deze kleine kunststoffen bolletjes hebben dan een schurende werking, om je huid of je tanden te reinigen. Ook worden deze ‘’microbeads’’, de ultra hippe term voor kleine stukjes kunststof, ook gebruikt om texturen te verbeteren en de viscositeit van producten aan te passen.


Intermezzo:
In Afrika ‘’recycled’’ een start-upje oude stukken kunststof tot straatsteentjes. Zo kunnen de minieme afgesleten stukjes kunststof, doordat mensen op de straatstenen lopen, met de eerste beste windvlaag of regenbui direct het milieu binnentreden. Op het eerste gezicht een leuk initiatief, maar als je er milieutechnisch naar kijkt, dom dom dom……….
Tevens zullen de plastic flesjes, en andere dergelijke gebruikte stukken kunststof, ook niet allemaal gemaakt zijn om extra slijtvast te zijn en goed bestand zijn tegen UV-straling, zodat deze straatstenen dubbel zo veel slijtage vertonen en dus nog meer kleine stukjes kunststof het milieu in werpen.
Aan dit voorbeeld kun je goed zien dat mensen de ernst van het probleem totaal niet inzien.
Wanneer wel en niet toepassen
Het gebruik van kunststof is in principe niet zo erg. De vervuiling ontstaat voor het grootste deel bij de verwerking als het tot afval is benoemd.

Kunststoffen in de voedselsector, als verpakkingsmateriaal voor voedsel, coatings aan de binnenzijde van metalen blikjes, tetra verpakkingen en andere objecten, moet gewoon geheel vermeden worden. Niet alleen om het feit dat veel van deze verpakkingen in de natuur belanden, maar ook om het feit van de migratie van onnatuurlijke stoffen vanuit de kunststof in het voedsel. Die stoffen krijgen je vervolgens binnen via de consumptie van het voedsel. Deze stoffen kunnen zorgen voor veel verschillende kwalen, van kanker tot onvruchtbaarheid en hormoonstoornissen.

Kunststof lijkt eigenlijk te mooi om waar te zijn. Het is gigantisch breed toepasbaar en biedt geweldige eigenschappen. Tevens is het vaak relatief goedkoop. Je kunt het misschien zelfs vergelijken met asbest. Ook ooit een wonderlijke vondst, maar helemaal de kop in gedrukt vanwege het feit dat je er allemaal nare ziektes van kreeg.
Echter, beide geven je helemaal geen nare ziektes, mits je rekening houdt met de negatieve aspecten van de materialen, én het gehele proces van winning tot afvalverwerking.
Als bij het winnen en verwerken van asbest ervoor wordt gezorgd dat de vezels niet verder de natuur in komen en de werknemers beschermd zijn, is er niets aan de hand. Tijdens het gebruik moet er worden gezorgd dat het materiaal niet kapot gaat. Tijdens de laatste fase moet het materiaal met zorg worden verwijderd en worden behandeld.
Ditzelfde geldt ook voor kunststof. De productiefase, op het feit dat het voornamelijk uit aardolie wordt gewonnen (laten we dat milieutechnische aspect voor nu maar even vergeten), is veilig. Het gaat vervolgens om het gebruik. Ook tijdens het gebruik van kunststoffen moet je zorgen dat het niet verweerd en in het milieu terecht kan komen. Tevens bij de recycling en afvalverkingsstappen is het van uitermate belang dat er geen sporen van het materiaal in het milieu terecht mogen komen. Het moet worden gerecycled, anaeroob worden verhit om de oliën en dergelijke te kunnen terugwinnen, of gewoon worden verbrand in een installatie met fatsoenlijke filters.

Treur niet! Kunststof kan je ook gewoon wél goed toepassen. Bij toepassingen waar het minimaal slijt, maar niet in het milieu terecht komt. Goede voorbeelden hiervan zijn: behuizingen voor je computer monitor, afvoerbuizen voor riool, cameralenzen, telefoons en tal van andere toepassingen, mits de materialen dus niet slijten en in het milieu terecht komen.
Gedragsverandering
Om te zorgen dat er met het verkeerd gebruik van kunststoffen wordt gestopt, moet er een flinke verandering in het huidige kunststoflandschap plaatsvinden.
De industrie zit volledig vast in kunststof. Er wordt nagenoeg alleen maar gekeken naar de doorontwikkeling van kunststoffen, en niet naar alternatieven die wél kunnen worden afgebroken in de natuur. Je hoort alleen af en toe een paar start-ups voorbijkomen die willen zorgen dat de verpakkingen van schimmels worden gemaakt, in plaats van piepschuim en andere kunststoffen. Hartstikke goed, maar er moet veel grootschaliger naar alternatieven worden gekeken.

Verandering is moeilijk, heel moeilijk. De mens houdt niet van verandering. Normaal gesproken worden mensen alleen geprikkeld tot verandering als zij bewust zijn én een voldoende ruime portemonnee hebben om de gemiste opbrengsten door de verandering te kunnen opvangen.
Één simpel voorbeeld, nog mooi Nederlandsch georiënteerd ook: Stimulering van elektrische auto’s en de laadinfrastructuur daarvan.
Nederland, is samen met Californië en Noorwegen, koploper van de wereld als het om elektrificatie draait. Hoe komt dit? In alle drie de net genoemde plaatsen werd er flink met geld gesmeten, subsidies, gunstige belastingmaatregelen en soortgelijke financiële hulpmiddelen. Want in de huidige maatschappij, hoe je het ook went of keert, het komt toch altijd weer uit op geld. Of het nu gaat om mensenrechten of het milieu, het geld wint áltijd.

Okee, de industrie zit vast in het kunststof gebruik en de consument ook nog, want die heeft geen zin om te veranderen.
Echter, uit studies blijkt dat een deel van de consumenten, deze groep blijkt overigens hoger opgeleid te zijn én verdient voldoende om 10% stijging te kunnen bekostigen, er wel wat voor over heeft om duurzamer te winkelen. Let wel op, dan moet het ook net zo makkelijk te krijgen zijn in de supermarkt als de andere producten, anders wordt de gedragsverandering te groot.
Wat moet er nu gebeuren om uit deze oneindige spiraal van kunststof te komen? Doorgaans is er maar één middel dat nu kan helpen, de overheid. De overheid kan alles veranderen met nieuwe wetten en regels. Er is dus grote druk vanuit de overheid nodig om meer te investeren in alternatieven. Er moeten harde deadlines in de toekomst gesteld worden om bijvoorbeeld in 2035 géén kunststof verpakkingen meer in winkels te hebben liggen, en in 2040 ook alle banden niet meer van synthetische elastomeren mogen zijn, maar van materialen die bij ingang van het leefmilieu wel gewoon netjes vergaan.
Zie ik dit gebeuren? Nee, want dit kost ‘’teveel’’ geld, plus de industrieën gaan gewoon de overheden aanklagen of lobbyen, zodat ze niet hoeven te veranderen, of alleen maar mondjesmaat.

Zelf moet ik mijn gedrag ook nog veranderen. Ik fiets ook gewoon naar de dichtstbijzijnde supermarkt, op rubberen fietsbanden, en kijk niet op internet naar van die alternatieve opties, waarbij je dingen in hervulbare glazen potten kan bestellen. Dit scheelt niet alleen afval, waar je tegenwoordig ook al veel voor betaald(hier 0,35 euro per kilo voor de grijze bak, já per kilo), maar bespaard ook het milieu heel wat kunststoffen. Mijn verandering komt later wel, als ik student af ben en ik verplicht de dienstplicht het burgerleven in moet.
Einde der tijden
Er wordt al jaren geroepen en gewaarschuwd over de gevaren van kunststoffen, specifieker de ‘’microplastics’’, maar als je om je heen kijkt in de stad en in de meest afgelegen gebieden van de wereld, de oceanen en in je achtertuin, is er weinig aan gedaan om de vervuiling tegen te gaan. Waarschijnlijk zal het economische belang wel weer te groot zijn.

Helaas is dit nog niet alles qua vervuiling. Je vraagt je oprecht af of dit ooit nog goed gaat komen. Persoonlijk denk ik van niet, daar is het al te laat voor. We kunnen alleen zorgen dat het niet erger wordt. Echter, als je ziet hoelang deze informatie al bekend is en hoe ver we zijn gevorderd in het verminderen van kunststoffen en dergelijke… bepaal je eindoordeel zelf maar.

Al die micro stukjes kunststof zorgen uiteindelijk voor de mega ondergang van ons leefmilieu. Lach nog maar even kort om die ironie, zolang het nog gezond kan.


Getypt op een toetsenbord gemaakt van nagenoeg 60%(volume) kunststoffen, ook heb ik een computermuis gebruikt, ongeveer voor 90% vervaardigd uit kunststoffen.[/url]

Leuk leesvoer over kunststoffen Polymeren, van keten tot kunststof

*Hoe staat het er in Nederland en de rest van de wereld voor? Kijk eens op het YouTube kanaal van Zembla, de site van NPO Tegenlicht, programma’s van Teun van de Keuken, radioprogramma van Argos, Follow the Money en nog veel meer soorten onderzoeksjournalistiek voor meer informatie betreffende vervuiling en andere zaken.